Nederlands
Deutsch
English
Copyright
Contact
Print pagina

Stijlontwikkeling en werkwijze

 

 

Schets Ascona

datum onbekend

 

Naar een eigen stijl

Tot 1940 hanteert Labberton een figuratieve stijl met een voorliefde voor modernisering. Hij maakt kleine gestileerde landschappen, bij voorkeur in het hoge formaat van maximaal 20 bij 15 cm. Alle werk van voor die tijd heeft hij vernietigd.
Tijdens de oorlog duikt Labberton onder in Vlist en na de oorlog is hij ongeveer drie jaar lang 1e officier in het Nederlandse leger in België. Deze periode blijkt louterend te zijn voor zijn ontwikkeling.
Rond 1949 maakt Labberton een omslag in zijn werk (Cagnes 12.4.49). Het conventionele figuratieve concept laat hij achter zich en een ontwikkeling naar verdere stilering zet zich in.
Omstreeks 1953 is er al een aanzet zichtbaar naar zijn latere werk: vloeiende lijnen die separate kleurvlakken creëren (Le Lavandou 3.53). 

 

 

schets 6.3

Cagnes 1949

 

cat.144 Le Lavandou 3.53

280 x 175 mm

 

Toch voelt hij zich hierin nog niet echt thuis, want uit andere schetsen van die tijd blijkt, dat hij nog experimenteert met het samenvoegen van kleur en vorm tot een vloeiend harmonisch geheel.
In Parijs werd Labberton geraakt door de geraffineerde eenvoud van de Japanse meesters. In 1955 had hij een dubbeltentoonstelling in Bielefeld met werken van Hokusai.
In dat zelfde jaar had hij een gezamenlijke tentoonstelling in Hannover met Hans Arp en Sophie Tauber-Arp, die hem eveneens inspireerden. Een beeldhouwer als Arp werkt met vormen, vlakken en de tussenruimten.

 

schets 6.17

Cagnes 1949

 

 

 

cat.141 Le Lavandou 25.2.53

261 x 164 mm

De werkelijkheid

Kunst gaat om schoonheid scheppen en dat doet de kunstenaar door wat in zijn herinnering blijft ‘hangen’, de subjectieve beelden van wat hij in de werkelijke wereld heeft waargenomen, de beelden die het ‘onbewuste’ prikkelen, inspireren en je in verwarring brengen.

De werkelijkheid is voor de kunstenaar meestal niet interessant: de werkelijkheid heeft zijn eigen schoonheid al; de overdrijving van de werkelijkheid en, niet simpelweg een afbeelding tonen, maar een verhaal laten zien. Een situatie weergeven die onze emoties raken en ons begrip van schoonheid kan daardoor wel eens aardig in verwarring gebracht worden. Onze waarheden worden te discussie gesteld. En er ontstaan nieuwe werkelijkheden.

De werkelijkheid is een inspiratiebron voor Labberton waarmee hij zijn eigen nieuwe schoonheid creëert. Labberton zocht naar de schoonheid in lijnen en vormen, en door middel van kleuren die de ziel kunnen roeren. 

 

 

 

cat.095 Kinderdijk 22.7.49

217 x 176 mm

 

 

cat.240 Delphi.4.60

310 x 248

 

Delfi 1960

En zoals in Delphi de Omphalos ligt, de plaats waar alle lijnen bij elkaar komen, het centrum van de Oudgriekse wereld, zo kwamen bij Labberton in april 1960 in Delphi alle lijnen samen. Hier  combineert hij de geometrische vormen van het abstracte met de vloeiende lijnen van bijvoorbeeld Nerja 9.2.57.
Deze gestileerde herkenbaarheid komt ná 1960 overal terug in zijn werk en hij vindt -kennelijk onbewust- de stijl die zijn werken van rond 1980 zo kenmerken: grote bolle vormen en helder kleurgebruik overheersen in die tijd.
Vanaf dat moment ontstaan krachtige en evenwichtige werken, zoals zijn veduten –stadsgezichten-, de iconen van o.a. Parijs, Keulen, Zürich, Haarlem en Venetië.

 

cat.135 Le Lavandou 27.1.53

284 x 195

 

cat.014 1943 

huisje bij Hatert

 

 

Cat.171 Lerici 1.55w

olieverf op doek

 

 

Werkwijze

Het medium van Labberton is het platte vlak.
De derde dimensie: diepte, ontstaat  uit de vorm van de (kleur)vlakken. 

Perspectief is voor Labberton een gekunsteld iets, een optische truc. Het gaat hem om de vlakverdeling, het platte vlak betekent voor Labberton ook echt plat.

Labberton noemde zichzelf in de eerste plaats een landschapschilder. De schetsen van rond 1938 tonen reeds zijn voorliefde voor eenvoud: naast de kleurenrijkdom van de separate kleurvlakken valt de nog aanwezige detaillering op.
Zijn bekende stadsgezichten zag hij als een vorm van ‘stadslandschappen’.
Voor een aquarellist is het gebruik van stevige kleuren ongewoon. Labberton overschildert de kleurvlakken meerdere keren en komt zo tot een ‘leerachtig’ effect. Zo creëert hij bijvoorbeeld dubbeltinten en diep zwart. Zijn zware grijze luchten, soms met een vleugje blauw, zijn opvallend.
Het zou meer voor de hand hebben gelegen, dat Labberton zou kiezen voor olie- of gouacheverf om tot deze effecten te komen, dit heeft hij meerder keren geprobeerd, maar het beviel hem niet, de vlakken werden dan ‘doods’ . Levendigheid en doortekening bereikte hij door het gebruik van aquarelverf op zwaar Engels papier.

 

 

cat.360 Koln 6.69

282 x 189 mm

 

Cat.476 Ascona 2.77

373 x 254 mm

 

cat.153 Le Lavandou 12.1.53

286 x 175 mm

 Compositie

De composities van Labberton wijken vaak af van het gebruikelijke, in tegenstelling tot andere Europese schilders, waarbij het oog wordt gevangen en blijft cirkelen tussen de een aantal punten op de plaats die de gulden snede aangeeft, trekt Labberton de kijkrichting, op de Japanse en Chinese wijze  van links onder het schilderij in, waarna het in het midden van het lijnenspel wordt gestopt en tot rust komt. De weldadige rust van de natuur.

schets 6.23

Cagnes 1949

 

schets 6.19

Cagnes 1949

 

 

Labberton als ontwerper

Labberton is een ‘beeldmaker’. De grote kracht in zijn werk is de beperking in kleur en de gestileerde verbeelding van de werkelijkheid in grote bolle vormen en helder kleurgebruik in een –ogenschijnlijk zo simpel mogelijke- harmonische vlakverdeling. De vorm ontstaat uit de kleurovergangen, vorm is dan een functie van de kleur.

schets 6.18

Cagnes 1949

 

cat. 561 beaulieu.1.81

385 x 270 mm

 

 

 

 

 

Sublimering

Na 1975 - Labberton is dan 71 jaar - komt zijn werk tot een sublimering in Beaulieu, Hyères en vooral Wassenaar.
Het beeld vertoont - net als in het leven - territoria met eigen kleuren en grenzen, een dynamisch spel van spanning en harmonie. De vormen zijn zich autonoom ontwikkelende organismen. Geen vorm of kleur vermengt zich met de ander, hooguit met zichzelf. Door middel van grote bolle vormen en heldere kleuren is zijn werk in zekere zin uitbundig en frivool te noemen.
Labberton zet deze lijn tot aan zijn overlijden in 1987, voort.

Hans de Kat 2008

 

 

 

cat.572 Wassenaar 8.81

380 x 280 mm